Belevenis Gilles in Latriya

Let op: opent in een nieuw venster PDFPrintE-mail

Laatst aangepast op zaterdag, 05 mei 2012 08:08 Geschreven door Stichting Gambia zaterdag, 05 mei 2012 08:06

 

Hallo Gambia bezoekers!

 

Mijn naam is Gilles Faassen en ben 20 jaar, ik studeer aan de Technische Universiteit van Delft en ik ben 14 maart 2012 vertrokken naar Gambia waar ik door de organisatie “Handen ineen voor The Gambia” met open armen werd ontvangen. Latriya het dorpje waar de organisatie gevestigd is zou voor de komende 3 maanden mijn nieuwe thuis worden.

 

Na dat ik een tijdelijke stop had gemaakt met mijn studie, besloot ik om in plaats van simpelweg een half jaar op te vullen met werken, iets anders te doen. Ik dacht aan reizen en na overleg met mijn ouders kwam het idee om ontwikkelingshulp te gaan bieden in Afrika misschien wel iets was. Via mijn vader kwam ik zo in contact met de organisatie van Henk en Herbert. Na een middag overleg met Henk en Herbert, mijn vader en ik zagen we alle vier wel wat in het idee om mij naar Afrika te sturen en te zien hoe het mij daar af zou gaan.

 

Om 7:00 op 14 maart stapte ik zo op Schiphol in het vliegtuig naar Afrika waar ik 13:30 Nederlands tijd (12:30 plaatselijke tijd) in Banjul landde. Daar werd ik ontvangen door Herbert en Alassan, de plaatselijke manager van het project. Ik ging direct vanaf het vliegveld naar het kleine dorpje Latriya waar ik voor de komende drie maanden zou gaan wonen. Dit was, zoals je je wel kunt voorstellen, een enorme cultuurshock. Zo had ik om 6 uur nog een lekkere cappuccino gedronken en was 7 uur later die cappuccino ver te zoeken. Het was even wennen, maar ik had geluk dat ik Herbert nog enkele dagen aan mijn zijde had om mij wegwijs te maken in dit prachtige land. Zo werd ik aan iedereen voorgesteld en werden mij de omliggende omgeving getoond.

Na ongeveer een week acclimatiseren was het tijd om aan de slag te gaan, ik was tenslotte gekomen om iets te leren en om mensen te helpen. Zodanig werd ik gerekruteerd in de “Nurserey School” van het project als leraar van de derde klas, de kleuterschool bevat drie klassen, de eerste zijn kinderen van ongeveer 4 a 5 jaar, de tweede klas kinderen van 5 a 6 jaar, en de derde klas kinderen van 7 a 8 jaar. Het klinkt misschien makkelijk om kinderen les te geven in simpel weg schrijven en rekenen maar het is alles behalve, ik denk dat ik het makkelijker had gevonden een middelbare school klas wiskunde B bij te brengen dan deze kids überhaupt naar me te laten luisteren. In het begin was het dan ook onmogelijk om ze naar me te laten te luisteren, de meeste zagen maar zelden een blanke en laat staan dat die voor de klas komt en hun les gaat geven. Het was vooral lastig omdat ik hun inheemse taal, Wolof, niet spreek en ze allemaal nog lang geen vloeiend Engels spreken, communicatie was dus een obstakel. Uiteindelijk ben ik ze meester geworden en begonnen ze naar me te luisteren en kreeg ik de gelegenheid ze nog iets bij te brengen, het lespakket wat ik mezelf maar moest uitdenken bestond dan ook uit de echte basis dingen zoals schrijven, rekenen en creativiteit ontwikkelen met behulp van teken en het bouwen bijvoorbeeld hun eigen huis met blokken. Omdat ik nu leraar was werd mij de uitnodiging gemaakt om mee te gaan met de school naar een grote bijeenkomst van allerlei scholen voor de Onafhankelijkheidsdag. Dit was een ontzettend leuk evenement waar meer dan 150 scholen bijeen kwamen om te marcheren in de onafhankelijkheidsmars. Ook waren alle belangrijke ministers en de president aanwezig, allen gespeeld door kinderen.

Na een aantal weken les te hebben gegeven was het tijd voor de paasvakantie, twee weken vrij. In deze twee weken was het niet mijn idee om een beetje onder de boom te gaan zitten, ik wilde het land zien. Ik ben samen met twee van mijn nieuwe Gambiaanse vrienden, Ablie Sowe (25 jaar) en Musa Jammeh (20 jaar, ookwel Balla genoemd en dokter in de medische post van het project), vertrokken naar het oosten van het land. Met het geluk dat ik we een auto mochten lenen van de organisatie zijn we vertrokken via de zuidelijke kant van het land naar Georgetown, ookwel Janjanbureh genoemd. De ongelofelijk mooie landschappen die je onderweg ziet zijn adembenemend, zoiets had ik nog nooit eerder gezien, we hebben dan ook een aantal stops gemaakt om het op ons te laten inwerken, Ablie was al eerder naar het oosten gereisd samen met Herbert maar voor Balla was het net als voor mij de eerste keer.

In Janjanbureh hebben we twee nachten geslapen in een prachtige lodge aan het water, waar we ’s avonds op een boot die aan de oever lag heerlijk konden zitten. In deze lodge hebben we een Belgisch echtpaar ontmoet die op vakantie waren en ook graag het land wilden zien. In Janjanbureh hebben we de oude slavenhuizen en het huis van de gouverneur bezocht, ook hebben we een boottocht gemaakt om de nijlpaarden te zien waar de plaats bekend om staat. Na onze heerlijke dagen hebben we het Belgische koppel meegenomen op onze doortrek naar Basse, weer opnieuw de weg op over soms als je geluk hebt asfalt of anders lekker hobbelige zandwegen.

Basse is een erg drukke en grote stad en hier zijn dan ook erg weinig toeristen te zien, we hebben hier over grote markten gelopen met gigantisch veel spullen. Omdat je blank bent word he hier dan ook erg aangekeken en sommige kleine kinderen rennen van schrik voor je weg of beginnen zelfs te huilen omdat ze nog nooit een blank persoon in hun leven hebben gezien en het simpel weg niet begrijpen.

Na een nacht in Basse zijn Ablie, Balla en ik weer aan onze terugreis begonnen, echter deze keer over de noordkant van het land. We zijn toen naar Farafenni gereden en hebben daar toch maar het besluit gemaakt om weer naar de zuidkant terug te keren omdat we, om naar de andere kant te komen een veer moesten pakken, dat kon daar, in Farafenni, of in Banjul, maar in Farafenni was het maar 1 uur wachten, wat ik al bizar lang vond, maar in Banjul zouden we gemakkelijk 3 of 4 uur stil kunnen staan.

Na de reis was het weer terug in Latriya, maar er was nog genoeg te zien, zo heb ik nog de krokodillen in Bakau bezocht en in Marakissa en prachtige boottrip gemaakt in een kajak samen met Ablie. Ook tripjes naar het strand of een bezoekje aan een grote stad als Serrekunda waren dingen die mij bezig genoeg hielden in Gambia.

Na de vakantie was het weer tijd voor school. Na een aantal dagen was ik echter toe aan wat anders dan het lesgeven en ben ik begonnen met het helpen in de medische post van het project. Hier ben ik meegelopen en heb ik scholing gehad van de hoofd dokter Buba Sanyang. Ik heb een hoop geleerd in deze periode, en daarbij kan een beetje medische kennis nooit kwaad. Inmiddels is het eind april en heb ik al ongelofelijk veel van het land gezien en geproefd. Ik leef en woon zoals zij, eet wat zij eten, en doe wat zij doen, inmiddels ben ik een echte Gambiaan geworden! Ik heb het enorm naar mijn zin en zie alle mooie dingen die het land te bieden heeft. Mensen die denken dat iedereen die arm is in Afrika ook zielig is heeft het heel erg mis, het is een prachtig land en mensen zijn blij en erg behulpzaam, zo heb ik ook hier gefeest en gelachen want de tieners hier zijn niet anders dan dat ik ben!

 

Gambia is een prachtig, rustig en vooral blij land, ik raad dan ook iedereen aan een bezoek te brengen aan het land en het zelf te zien en te ervaren. Vergeet dan ook Latriya niet te bezoeken en zie hoe de organisatie opgezet door Henk en Herbert de mensen hier ontzettend helpt. De medische post die hier mensen helpt, de kleuterschool die kinderen de kans geeft op eerlijke educatie en er word nu zelf nog gebouwd aan een basis school met nog drie klassen zodat de kinderen die uit de kleuterschool komen niet verder hoeven te gaan dan ze al doen.

 

Mijn hoofdstuk Gambia is nog niet voorbij en geniet nog altijd met volle teugen!

 

Gilles Faassen

18-04-‘12